Als u schade lijdt door toedoen van een ander, is de eerste vraag vaak: wie is er verantwoordelijk? Wanneer de veroorzaker aan het werk was voor een werkgever, biedt artikel 6:170 van het Burgerlijk Wetboek een belangrijke bescherming voor u als benadeelde.

Risicoaansprakelijkheid van de werkgever

De wet stelt dat een werkgever aansprakelijk is voor fouten van werknemers. Dit heet risicoaansprakelijkheid. De werkgever hoeft zelf niet 'fout' te zijn; het feit dat hij personeel in dienst heeft, brengt het juridische risico met zich mee voor de fouten die zij maken.

Wanneer geldt dit?

Er moet sprake zijn van een zogenaamd functioneel verband. Dit betekent dat de kans op de fout is vergroot door de opdracht tot het verrichten van de taak. In simpele bewoordingen: de fout moet tijdens of door het werk zijn ontstaan.

De drie voorwaarden voor aansprakelijkheid:

  1. Dienstbetrekking: Er is een gezagsverhouding (ook bij uitzendkrachten).
  2. Onrechtmatige daad: De werknemer heeft aantoonbaar een fout gemaakt.
  3. Functionele samenhang: De werkgever had zeggenschap over de handelingen waarin de fout was gelegen.

Verhaal op de werknemer?

In de meeste gevallen kan de werkgever de schade niet verhalen op de werknemer zelf. De wet beschermt de werknemer, tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Voor u als slachtoffer is dit gunstig: bedrijven hebben vaak een grotere draagkracht en een goede aansprakelijkheidsverzekering (AVB).

Stel direct uw vraag aan een jurist